Maar wat is nu eigenlijk, een ecorally?

Gepubliceerd op 01 januari 2020

Het was de eerste keer dat we deelnamen aan een ecorally, een discipline die nog weinig bekend is bij het grote publiek. Het was een unieke, uitdagende en ... opwindende ervaring!

DURBUY. Eind juni, de nadagen van een hittegolf die heel België een maand lang onderdompelde in het zweet. Volkswagen, titelsponsor van de Ardenne Roads, had ons uitgenodigd om deel te nemen aan deze ecorally, een rally (voor elektrische auto’s) van een voor ons totaal onbekende soort, maar eentje waarmee sommige liefhebbers van historische formules vrij goed vertrouwd zijn. “Cool (no pun intended),” dachten we, “we gaan twee dagen op ons gemak rondrijden in de prachtige omgeving van Durbuy. Een voorproefje van de vakantie …”

Hoewel het kleine stadje dat de voorzitter van Anderlecht zo na aan het hart ligt, een en al ontspanning uitademt, zal er voor ons alvast geen sprake zijn van een vakantiesfeer, behalve voor (een beetje) en na de etappes (veel meer). Als er iets is dat dit soort discipline vereist, dan is het wel concentratie. Te allen tijde, voor zowel de rijder als de bijrijder. In dit geval is deze laatste een oude bekende, niet zozeer van de rallysport, maar wel van het circuit. Ik heb het hier over Didier, die veeleer een rijder is dan een bijrijder. We hebben samen al heel wat meegemaakt, als teamgenoot of als tegenstander, in karting en zelfs quadracing. Een heel programma dat – toegegeven – al wel een paar jaar teruggaat.

Maar als je eenmaal gebeten bent door het virus, raak je er nooit meer van verlost! We kunnen ook best wel stellen dat Didier (nog steeds) een topper is achter het stuur, die zowat alle circuits van ons koninkrijk en ver daarbuiten heeft afgestruind. Dit keer stak hij zijn nek uit in het rechterkuipstoeltje. Onder ons gezegd, ik was blij dat hij – en niet ik – deze ondankbare maar absoluut cruciale taak in dit soort rally’s op zich nam. Maar ik kan nu al wel in alle eerlijkheid verklappen dat ons probleem gedurende het hele weekend zou zijn dat we elkaar veel te veel te vertellen hadden, zelfs tijdens de klassementsproeven. Dus die concentratie waar we het over hadden ...

Zoals ik in het begin al zei: alles was nieuw voor ons in dit soort rally’s. Behalve misschien het roadbook, dat Didier vrij goed onder de knie had, zelfs de meest complexe aanduidingen, bijvoorbeeld wanneer we om een boom of een kapel heen moesten draaien, gewoon omdat de organisator het wat pittiger wilde maken om te zien of we wel goed bij de les waren ... Over les gesproken, gelukkig hadden we bij de Belgian VW Club een uitstekende teammanager – zelf ook coureur trouwens – in de persoon van Bernard Heine, die de zaken serieus aanpakte (zonder dat we onszelf daarom al te serieus namen). Zo kregen we de woensdag voor het evenement nog een snelle ochtendcursus om ons in te wijden in ‘ecorallying’. Antoine Dechamps, een uitstekende en ervaren coureur in de discipline, rondde de sessie af met wat waardevolle tips over de beroemde Crisartech, een soort rallytripmaster die ons niettemin de nodige problemen zou bezorgen tijdens het evenement. En dat is dan nog zacht uitgedrukt ...

En God zette de sluizen open ...

Donderdag was de dag van de technische controle en de ‘vrije’ proloog, met andere woorden, een soort warming-up die niet meetelt voor het algemeen klassement. Nog een detail: aangezien de Ardenne Roads een primeur is voor België en het deelnemersveld voor de helft uit beginners bestaat, wordt deze keer ook geen rekening gehouden met het energieverbruik. Dat is echter wél het geval in de manches die plaatsvinden in het kader van het wereldkampioenschap EcoRally – jaja, dat bestaat! Als alles goed verloopt, maakt de Ardenne Roads vanaf volgend jaar trouwens ook deel uit van dit kampioenschap.

Een belangrijk detail is dat we voor de gelegenheid voor een VW ID.3 van de laatste generatie hebben gekozen, de meest compacte auto in het gamma. Als de ID.2 – die door velen al wordt beschouwd als de toekomstige Golf in het elektrische gamma – nu al beschikbaar was geweest, zouden we zeker voor dat model hebben gekozen. Hoe dan ook wierp onze keuze vruchten af ... voor de enige ‘snelheidsproef’ (in werkelijkheid een klassementsproef, op een privéterrein zonder verkeer, met een gemiddelde snelheid van 50 km/u die onmogelijk aan te houden was gezien het aantal bochten). Hier scoorden we ons beste resultaat van het hele weekend: zevende ... Een mens kan zijn temperament gewoon niet zo maar veranderen. Ik weet niet echt of dit veel lof verdient, aangezien we beter hadden kunnen schitteren in de andere klassementsproeven, die behoorlijk ‘eco’ waren, dan in slechts één ‘teugelloze’ KP, die in onze ogen natuurlijk wel erg leuk was ...

Deze donderdag in de namiddag gingen de hemelsluizen open, met ware wolkbreuken die de technische controle behoorlijk onaangenaam maakten. Vooral voor de vrijwilligers van de organisatie en de RACB, die de technische en andere checks moesten uitvoeren in helse omstandigheden. Een dikke pluim voor hen en een even dikke ‘merci’ voor hun hoffelijkheid en hun grenzeloze glimlach, niet alleen op donderdag maar tijdens het hele weekend!

Recht door zee

Op vrijdag was het tijd voor het serieuze werk. Voor Didier begon het al om 7.41 uur, toen hij zijn roadbook kreeg, een uur voor de start. Nauwgezet maakte hij zijn huiswerk, met zijn fluostiften om de moeilijke passages van de dag te markeren. Al snel kwam hij tot het besef dat hij zich moest beperken tot de ‘echte’ probleemsecties, omdat zijn boekje anders uiteindelijk vol zou staan met geel, mauve en violet en hij er op het moment van de waarheid totaal niet meer aan uit zou kunnen. En dat is natuurlijk precies wat er onderweg zou gebeuren!

Ik hoor Antoine Dechamps nog tegen ons zeggen op woensdag: “Jongens, allemaal goed en wel om de gemiddelde snelheden te volgen, maar vergeet niet dat je sowieso in de top tien eindigt als je geen fouten maakt in het roadbook!” Makkelijk, met een bijrijder als Didier.

Alhoewel, er is de theorie en er is de praktijk. En daar zou het schoentje gaan wringen. Bij de allereerste KP-start – automatisch, dus zonder wedstrijdcommissaris – kwamen we al meteen in de problemen. Pech, het was in een zone met wegenwerken en verkeerslichten. Als een goede huisvader (maar een slechte ecorallyrijder) nam ik voor de start van onze klassementsproef positie net voorbij de wegwerkzaamheden, 50 meter voorbij de officiële startlijn. Veilig, zonder twijfel, maar op de verkeerde plek.

 We reden een goede eerste KP, zonder ook maar één keer verkeerd te rijden – waarschijnlijk ook de enige keer dat we daarin slaagden. En toch waren we na afloop niet te vinden in het klassement! We stonden wel vermeld bij een dikke hoofdletter M voor ‘Missing’ en kregen meteen 3.000 strafpunten. Geen goed begin voor deze beginnelingen ...

De rest van de dag verliep beter... of net zo slecht – het is maar hoe je het bekijkt. Enerzijds wisten we een paar ereplaatsen in de wacht te slepen, maar anderzijds kregen we ook weer een paar grote penalty’s aangesmeerd. Kortom, ecorallyrijden is helemaal niet zo eenvoudig. Het is zelfs best moeilijk om een snelheid van 36, 42 of 50 per uur aan te houden. Petje af voor de deelnemers die voor ons eindigden. Of ze dat te danken hebben aan hun rijkwaliteiten dan wel aan hun grotere ervaring, laat ik hier graag in het midden. Hoe dan ook, naarmate de klassementsproeven en verbindingsritten vorderden, verslapte onze concentratie. Didier en ik begonnen te babbelen over van alles en nog wat, zoals onze gemeenschappelijke herinneringen, maar ook over Poetin en Formule 1. Niet ideaal voor ons klassement ...

Maar de dag eindigde met een maaltijd met het hele VW-team in Le Sanglier des Ardennes, in een geweldige sfeer met veel gelach en gezelligheid. Een echte opkikker, waardoor we zaterdag echt met het mes tussen de tanden van start gingen. En vooral met onze ogen gericht op de weg, de snelheidsmeter, de Crisartech, de navigatie, het roadbook, de verkeersborden (vooral snelheidsborden), de verkeerslichten, de zebrapaden, de tractoren, de landarbeiders (midden op de weg druk bezig met het laden en lossen van enorme vers gekapte boomstammen), de (talrijke) Nederlandse toeristen, en ga zo maar door ... En er was ook Tripy, the spy who never dies, die ons vooral met zijn verschrikkelijke gepiep onmogelijke maar absoluut te respecteren snelheden oplegde. Na drie zware overtredingen word je immers simpelweg uit de koers genomen! Eerlijk, dat was best veel ...

Geen topklassering

Ik zal het maar meteen toegeven: onze tweede dag was niet veel beter dan de eerste. Nog steeds geen foutloze roadbookrit. En Didier en ik waren ook nog altijd niet uitgepraat, ondanks een zekere neiging tot meer concentratie. In het algemeen klassement haalden we de naïef verhoopte top tien niet, verre van, maar we bengelden ook niet helemaal onderaan. Gelukkig is trots op onze (gezegende) leeftijd geen probleem meer. De ervaring was evenwel verrijkend. We stootten al snel op onze limieten in deze discipline: ecorallyrijder (of -bijrijder) word je niet zomaar …

Maar als ik in Brussel of Parijs nog eens in een zone 30 kom, zal ik me wel makkelijker aan de snelheid kunnen houden. Dat is toch al iets. Een andere, serieuzere conclusie is dat elektrisch rijden geweldig is. In de stad of daarbuiten, een elektrische auto voelt zich overal op zijn gemak en rijdt geluidloos en zonder morren 36, 50 of 120 per uur. De nieuwste generatie heeft al een hele weg afgelegd ten opzichte van de eerste modellen. Zo houden de huidige EV’s perfect hun rijbereik, zelfs op de snelweg, regenereren ze veel meer in stadsverkeer en integreren ze zich beter en meer ‘friendly’ in onze omgeving. Laat het voor eens en voor altijd duidelijk zijn: dit is zonder meer de toekomst.

Tot slot is ecorally een discipline die volgens ons ook een mooie toekomst heeft. Snelheid is tegenwoordig immers passé. En zeker op buitenwegen. Bovendien brengt ecorally de autosport ook binnen ieders bereik, zoals werd benadrukt door de organisatoren van deze Ardenne Roads Eco Rally, die trouwens ook een dikke pluim verdienen. Grote budgetten zijn niet aan de orde voor deze autosportdiscipline. Iedereen kan met zijn of haar ‘gewone’ auto aan deze evenementen deelnemen zonder bang te hoeven zijn dat hij al in de eerste de beste bocht beschadigd raakt. En dat is belangrijk.

Didier en ik reden terug naar Brussel, rustig kletsend over koetjes en kalfjes, zonder airco, met de ruiten open, zoals in onze jeugdjaren. De ondergaande zon wierp ons een laatste knipoog toe, ter afronding van een weekend dat in ieder geval een succes was geweest, ongeacht ons resultaat ...

Philippe

Galerij