Na een schitterende carrière van 1950 tot 1967 – waarin hij een absoluut cultobject werd – moest de T1, de eerste Volkswagen Transporter, plaats maken voor zijn opvolger. De tweede generatie Transporter werd in 1967 aan het publiek voorgesteld. Voor de directie van Volkswagen was dit een belangrijke stap want het was de eerste keer in de geschiedenis van het merk dat dit model werd aangepast.
Net zoals bij de Beetle – die op enkele detailwijzigingen na, gedurende zijn ganse carrière ongewijzigd bleef - was het aanvankelijk ook de bedoeling dat de T1 slechts met mondjesmaat zou evolueren na enkele facelifts. Gustav Mayer, die intern ook wel een “Transporter Mayer” werd genoemd, had andere plannen wat betreft de evolutie van “zijn” model. Hij zette de T2 op de rails en het werd een voertuig dat volledig werd herzien en gerenoveerd, maar het bleef trouw aan het imago van de T1.
De Volkswagen Transporter werd een voertuig “voor iedereen”. Het bleek perfect geschikt als werkpaard maar het was tevens inzetbaar als vrijetijdsvoertuig, want het misstaat evenmin op een laadkade als aan de voet van de trappen van het theater. De Transporter was ernstig en rebels tegelijk, hij zou later worden gebruikt als politiebusje maar ook vurige manifestanten zouden er zich in verplaatsen waardoor het een bijzonder evenwichtige strijd werd.
Op het einde van de jaren zestig werd dit het neutrale voertuig bij uitstek. Het straalde traditionele waarden uit die door iedereen werden gesmaakt. Dat was een belangrijk argument want de Transporter werd een vaste waarde in een maatschappij die duidelijk in beweging was en die vooral door de jonge generatie in vraag werd gesteld.
Aan beide kanten van de Atlantische Oceaan wilden jongeren immers de maatschappelijke waarden veranderen. In de Verenigde Staten vierde de “Flower power” hoogtij. Hippies bouwden VW Campers om zodat ze perfect aanvaardbaar werden binnen hun leefwereld maar ook ideaal waren voor het festivalterrein. Kortom, deze wagen was op alle continenten en in alle lagen van de maatschappij aanwezig. Het was dan ook geen toeval dat de meeste bezoekers van Woodstock met een Transporter kwamen aanrijden.
Dit gigantische evenement heeft heel veel betekend voor de maatschappij maar ook voor de evolutie van de VW Camper. Deze drie dagen in augustus 1969 hebben een cruciale rol gespeeld voor zijn imago. Drie dagen van ongebreidelde vrijheid, blues, folk, rock en soul. Deze drie dagen brachten de grootste namen uit de muziekwereld van toen samen: Joan Baez, Janis Joplin, Joe Cocker, Jimmy Hendrix, The Who… Ze zorgden - zowel letterlijk als figuurlijk - voor vuurwerk op het podium. Maar op de weide en op de parkings was de Duitse kampeerwagen de absolute hit, want hij verschafte de festivalgangers het nodige comfort en gebruiksgemak.
Sommige ideeën uit deze Nieuwe Wereld hadden een beetje tijd nodig om voet aan wal te krijgen op het Oude Continent, maar amper tien dagen na Woodstock kreeg ook de Europese aristocratie de slogan “Make love, no war” te horen! Vanaf die dag zou de VW Camper deze boodschap overal ter wereld verspreiden.