In 1951 was deze “Campingbox” een vernuftige reiswagen. Hij werd gebouwd op basis van de VW “Bulli” (de compacte Volkswagen bestelwagen) door Westfalia op vraag van een Britse officier die in Duitsland in dienst was. Zijn opdracht was duidelijk: “Bouw een Transporter om tot een leefruimte. Men moet er in kunnen slapen, leven en werken”. Dit was duidelijk een kolfje naar de hand van de kleine firma uit Wiedenbrück.
Men vertrok vanaf een Bulli minibus met dubbele cabine en men monteerde meubilair in combinatie met decoratieve elementen. Er was ook ruimte voor een vrouwelijke toets, want het motief van de gordijnen werd aangepast aan dat van de zitbank. Het interieur werd uitgerust met een zetel-bed-combinatie, een plooitafel, een bank, een kast op wieltjes en een keukenkast met een kookelement.
Met die uitrusting werd deze Campingbox de droomwagen uit de jaren vijftig. Door zijn veelzijdigheid wist hij klanten in alle lagen van de bevolking te verleiden. Hij werd gebruikt als rijdend hotel op weg naar vakantiebestemmingen zoals Garmisch, Rimini maar ook de Côte d’Azur. Maar de wagen bleef bovenal een onvermoeibaar transportmiddel en een dapper werkpaard. Men kon de inrichting van het interieur immers manueel demonteren zodat er een gigantische laadruimte ontstond tussen de motor (achteraan) en de zetels vooraan.
Deze motorhomeversie van de Bulli was aanvankelijk geen verkoopshit. Vrijetijdsbesteding was in de eerste jaren van de economische heropleving geen prioriteit. Desondanks steeg de productie langzaam maar zeker, naarmate mensen het zich konden veroorloven. Bij de 6.000 Duitse Mark voor de basisversie van Transporter, moest men nog eens 600 D-Mark tellen voor het keukenblok; 125 D-Mark voor de kleerkast en nog eens 62,50 D-Mark voor de was- en scheertafel die aan de dubbele deur werd bevestigd.
De eerste evolutie van de Campingbox kwam er in 1955. Het ging om de “Export” en die had een dakluik (voor jagers of cameralui) en een bagagedrager achteraan. Deze versie van de Campingbox bleef gedurende 10 jaar in productie en er kwam steeds meer uitrusting zoals een volwaardig gasvuur en zelfs een uitneembare bar die geleverd werd met tien cocktailglazen!
Vanaf 1957 ontfermde Volkswagen zich over de volledige inrichting van de VW Camper maar de uitrusting werd nog steeds door Westfalia geleverd. Twee jaar later werd de 1.000ste Camper gebouwd. Nog later werd ook het gamma “Mosaic”-meubels ook afzonderlijk verkocht, zodat doe-het-zelvers een replica van de Camper kon bouwen op basis van een tweedehands Bulli om de kosten te drukken.
Op dat ogenblik kreeg de Transporter langzaam maar zeker ook meer vermogen. De 25 pk-motor werd vervangen door eentje met 34 pk en vervolgens was de 1.500 cc standaardmotor ook beschikbaar in een 42 pk-versie. Daarmee haalde het mobiele hotel voor het eerst de kaap van 100 km/u.
Begin jaren zestig produceerde Volkswagen 10 Campers per dag, in 1967 waren er dat al 70. De vraag bleef groeien, niet alleen in Duitsland maar vooral in de Verenigde Staten waar tot 1976 ruim 15.000 exemplaren van de eerste generatie van de Camper werden verkocht…
Het bestelwagentje dat in 1951 op vraag van de Britse officier bij Westfalia in elkaar werd geknutseld, lijkt vandaag erg primitief als je hem vergelijkt met de huidige Multivan en de California die elkaar de loef afsteken op vlak van luxe, comfort en prestaties. Beide modellen zijn momenteel beschikbaar met motoren tot 235 pk en worden ook met vierwielaandrijving geleverd!