In 1985 en 1986 helpt de Belgian VW Club mee aan de heropleving van het Belgisch omloopkampioenschap door een Polo Challenge te organiseren. Deze competitie wordt meteen geïntegreerd in het nationale deelnemersveld. Thierry Van Dalen en Giovanni Bruno worden de twee laureaten.

Racen voor weinig geld! Een stelling die de Belgian VW Club verdedigt sinds zijn ontstaan in 1965. Is de Formule Vée uiteindelijk niet een van de mooiste voorbeelden van een discipline die autosport toegankelijker maakte? Met opnieuw dit gegeven in het achterhoofd lanceert de Belgian VW Club in 1985 een Polo Challenge. Het principe is eenvoudig: deelnemers kopen een VW Polo GT, waarvoor ze kunnen rekenen op een korting van 25%, en bouwen hem met een basiskit om tot racewagen. “Het verschil met een gewone wagen was echt niet groot”, herinnert zich Thierry Van Dalen. “We monteerden een rolkooi en een kuipzetel, we vervingen de schokdempers, de uitlaat en de remblokken… en klaar is Kees!” Na in 1984 te zijn verkozen tot VW-piloot van het Jaar, is het J.G. Mal-Voy die Thierry aanmoedigt om deel te nemen aan deze challenge. “In tegenstelling tot andere merkencups, reden we eigenlijk een race binnen de race, aangezien we waren opgenomen in het peloton van het Belgisch kampioenschap voor productiewagens.”
Een doelbewuste keuze van J.G. Mal-Voy, die eveneens hoopt om zo de wedstrijden op circuit in België een duwtje in de rug te geven. “Het Belgisch kampioenschap deed het niet goed, vandaar mijn idee van een race binnen een race met kleine, betaalbare wagens. Het zou goed zijn voor het kampioenschap maar ook voor de jongere piloten”, verduidelijkt J.G. “Aangezien de Polo beantwoordde aan het reglement van Groep N, konden ze in de -1300cc klasse meestrijden voor de nationale titel. Voor de challenge werd dan een bijkomend klassement opgemaakt met op het einde van het seizoen 700.000 BEF aan prijzengeld. Kortom, iedereen had er baat bij!”
Van Dalen wijdt het palmares in

Bij de eerste wedstrijd, in Zolder, verschijnen negen deelnemers aan de start van de door de Belgian VW Club georganiseerde challenge. Onder hen heel wat namen van piloten die zich later nog zouden laten opmerken zoals Stéphane Cohen, William De Braekeleer, Jean-Claude Burton (de vader van rallypiloot Caren), René Verbist, Thierry Van Dalen of de jongedames Isabell Van de Velde en Chantal Grimard, 14-voudig Belgisch kampioene zwemmen. Naast de strijd tussen de Polo’s onderling, volgen de toeschouwers ook met veel aandacht de strijd tussen de VW-piloten en de bestuurders van de andere in de -1300cc klasse uitkomende wagens, waaronder bijvoorbeeld ook Claude Corthals (de vader van Pierre-Yves) met een Talbot Samba.

Dit eerste seizoen van de challenge wordt gedomineerd door Thierry Van Dalen. “Mijn wagen was uitstekend geprepareerd door RAS Sport en bovendien kon ik rekenen op mijn broer Marc, wiens professionalisme we ondertussen allemaal wel kennen, en die de assistentie tijdens de races verzekerde. Terwijl de anderen hun wagen tussen twee sessies gewoon even aan de kant zetten, demonteerde Marc de wielen, schuurde hij de remschijven glad en verifieerde de geometrie…” Tijdens een tijdrit in Chimay - in het kader van de Bianchi Rally - waar Thierry niet kon aanwezig zijn, is het trouwens Marc die hem vervangt. “Wint hij toch wel niet zeker!”, lacht de oudste van de broers Van Dalen.
Naast de eindzege van Thierry Van Dalen voor Jean-Claude Burton, Alain Thiebaut, René Verbist (ondanks in Zolder te zijn gestraft na Isabell Van de Velde vrijwillig te hebben aangereden… na reeds te zijn afgevlagd) en Chantal Grimard, moet vooral worden onthouden dat de laureaat van de Polo Challenge ook de titel pakte in de -1300cc klasse en dit voor Claude Corthals. En passant had Thierry, na afloop van de, in het voorprogramma van de 24 Uren gereden, wedstrijden ook de “Toyota Star Award” in otvangst mogen nemen, een bekroning van het Japanse merk voor de piloot die zich had weten te onderscheiden in de klasse -1300cc. Een mooie vorm van fair-play, vindt u ook niet?
Giovanni Bruno, een restauranthouder aan de top

Gesterkt door het succes van 1985, organiseert de Belgian VW Club in 1986 een tweede editie met dit keer een prijzenpot van een miljoen Belgische frank. Onder de deelnemers ook Thierry Plasch en Pascal Tillekaerts. Twee piloten zouden echter het hele seizoen gaan domineren: Marc Van Dalen, die in de voetsporen wil treden van zijn broer, en Giovanni Bruno, die de challenge uiteindelijk zou winnen met een enkel punt verschil! De Brusselse restauranthouder – vandaag chef van Senzanome - herinnert het zich nog goed: “Ik had in 1985 deelgenomen aan de vier laatste races van het seizoen”, legt hij uit. “Voor iemand zoals ik, die vooral aktief was in het provinciale milieu, was de Polo Challenge een mooie gelegenheid om me te laten opmerken. Veel kostte het allemaal niet en er was bovendien een erg goede sfeer tussen de deelnemers. Eigenlijk waren we gewoon een hoop vrienden die probeerden om samen op hotel te verblijven en samen naar de circuits te rijden door nummerplaten op onze racewagens te hangen. Ook aan J.G. Mal-Voy, toen zowel organisator als coach van de deelnemers, heb ik enkel goede herinneringen.” Op de piste verzorgen de deelnemers aan de Polo Challenge trouwens meermaals het spektakel! “De mensen zagen ons als een bende halve gekken en na elke race mocht je er zeker van zijn dat je langs de garage moest, want de duels gingen er behoorlijk levendig aan toe”, lacht Giovanni. “Maar omdat het niveau best wel ok was, werd de challenge ook in de gaten gehouden. Het is dan ook dankzij mijn succes dat ik het daaropvolgende jaar een officieel stuur kreeg in het nationaal kampioenschap en kon deelnemen aan de 24 Uren van Francorchamps, waaraan ik uiteindelijk 15 keer zo deelnemen! Nee, voor mij was de challenge een echte springplank.” Voor J.G. Mal-Voy en de Belgian VW Club was de opdracht dan ook geslaagd.
Maar de concurrentie in de klasse met Toyota, dat in 1986 beslist om zelf een eigen merkencup te organiseren en over belangrijkere financiële middelen beschikt, doet de Club besluiten om er na het tweede seizoen een streep onder te trekken. Om de eigenaars van een Polo GT niet in de kou te laten staan, worden in 1987 speciale premies voorzien voor zij die deelnemen aan het omloopkampioenschap. Hiervan profiteren onder andere Thierry Plasch en Daniël Noël.
Hoewel de eerste doelstelling eruit bestaat zich te integreren in het deelnemersveld van het Belgisch kampioenschap voor Productiewagens, kijkt J.G. Mal-Voy ook verder. Bij het opstellen van de kalender begin 1985, baseert hij zich op het Belgisch kampioenschap voor Productiewagens, dat uit vijf circuitwedstrijden bestaat. Maar bovendien zal ook een tijdrit in een zoning tijdens de Rally van Ieper en eentje in Chimay (tijdens de Bianchi Rally) worden geïntroduceerd. Maar daar blijft het niet bij! J.G. Mal-Voy wil in zijn kalender ook drie klimkoersen opnemen. Het is daar dat de basis wordt gelegd van autosport met wagens en piloten die afwisselend terechtkunnen in verschillende disciplines. Na de klimkoers van Alle-sur-Semois wordt echter toch beslist om de overige klimkoersen te vervangen door meer traditionele races op circuit. “De piloten vonden namelijk dat ze tijdens een klimkoers niet voldoende konden rijden”, licht J.G. Mal-Voy de beslissing toe. “Jammer, want het principe van een kampioenschap met meerdere disciplines leek me echt wel iets hebben.”