Made in Belgium
Moest hij vandaag bestaan, hij zou de badge ‘Kever R’ krijgen. Maar nee, dit is de Kever Mach 1, een in 1965 in België bedachte en geassembleerde snelle Kever. Vandaag is hij zeldzamer dan een witte raaf.
Dit lijkt op versnelde film. Zelfs nu nog kijk je verbaasd op wanneer de Mach 1 met piepende banden uit de banden schiet. Wat voor een Kever is dit? “Het is die streep die hem sneller doet gaan”, lacht eigenaar Frederic Peeters. Een grapje, want onderhuids is dit een Kevertje met heel wat meer pit.
De Kever Mach 1 kwam er op initiatief van VW-invoerder D’Ieteren nog wel. Die assembleerde sinds 1954 zelf de Kevers voor de Belgische markt in Brussel, in wat vandaag de fabriek is waar de Audi e-tron van de band rolt. Door zelf Kevers te assembleren in plaats van ze kant en klaar te importeren uit Wolfsburg, genoot de Belgische invoerder van lagere invoerrechten. Bij D’Ieteren was men in 1964 behoorlijk onder de indruk geraakt van het fraaie resultaat van een door de Duitse tuner Oettinger aangepakte Kever 1200. Het was de Zweedse VW-invoerder Scania Vabis die de auto had ingezet in de zwaarste rally van het moment: de ‘Marathon de la Route’, ofwel de non-stop rally Spa-Sofia-Luik. Het was niet de eerste deelname van een Kever in de Marathon de la Route, maar 1964 leverde voor het eerst wel een knalprestatie op. De Oettinger Kever keerde met een mooie negende plaats in het algemene klassement naar Luik terug. D’Ieteren zag wel brood in een snelle Kever en kondigde in september 1964 de Mach 1 aan in kranten en tijdschriften. Die moest destijds 83.900 Belgische frank kosten (2.100 euro), wat 10.000 frank (250 euro) boven de prijs van een gewone Kever lag.
Je kreeg wel heel wat meer Kever in de plaats. De Mach 1 was net als de rally-Kever gebaseerd op de Okrasa-kit van Oettinger. D’Ieterens commercieel directeur Jacques Gijsels contacteerde Oettinger rechtstreeks om een deal te maken. ‘Kom eens af met één van jullie Kevers, liefst eentje met al een paar duizend kilometers op de teller. Reken één dag werk en de volgende dag kan u het resultaat al testen’, klonk het bij Oettinger. Met zijn getunede groene Kever trok Gijsels vervolgens terug naar België, en liet hij alle directieleden testrijden met de auto. Iedereen was er wild van.
Okrasa
De Okrasa-kit (voor Oettinger Kraftfahrtechnische Spezial Anstalt) is de kleine toverdoos van de veredelaar uit Friedriechsdorf, destijds mooi uitgestald op een lakentje voor de Kever Mach 1 in één van de promofoto’s. We zien een nieuwe krukas, kleppendeksel, maar ook grotere en verstevigde uitlaatkleppen, net als andere dichtingen… en vooral: twee Solex 32 PICB-carburatoren.
De viercilinder boxer groeit door de aanpassingen iets in slagvolume, van 1.200 naar 1.295 cc. Er is een extra oliekoeler aangebracht, en om de prestaties beter te kunnen verteren kreeg de Mach 1-Kever de koppeling van een VW bus. De powerkuur doet wonderen voor de Kever, want het vermogen springt van 30 pk (of 34 pk in de Kever 1200A) naar goed 50 pk. De Mach 1 halveert de acceleratie naar 100 km/u van meer dan 30 seconden naar 16 seconden. En omwille van zijn hogere topsnelheid van 152 km/u moest de kilometerteller zelfs een upgrade krijgen naar maximaal 160 km/u.
Ook het onderstel wijzigt. De Mach 1 komt iets lager tegen het wegdek te liggen, en achteraan beschikt hij zelfs over een regelbare BRS-ophanging. De wielen zijn afkomstig van de Porsche 356, die D’Ieteren in 1961 en 1962 ook in Vorst produceerde. Dit schenkt hem meteen een iets bredere sporing, waardoor de Kever Mach 1 wat stoerder op zijn Goodyear Grand Prix-radiaalbanden staat. De Mach 1 krijgt daarnaast nog enkele uiterlijke aanpassingen. Hij is gebaseerd op de meer luxueuze 1200G die VW nog in de loop van 1964 wil uitbrengen. Dit brengt onder meer al een toerenteller en een olietemperatuurmeter in het dashboard. Aan die uitrusting voegt D’Ieteren nog een zwart interieur toe, namaak leder stoelbekleding en het tweespakig stuur van de 1500S. Hij komt slechts in twee kleuren, ofwel java-groen, ofwel ruby-rood. De witte streep is een optie.
200 bestellingen
D’Ieteren start een hele promocampagne op rond de Mach 1, met succes. Na de grote advertentiecampagne in de Belgische kranten en tijdschriften in september 1964 staat de telefoon bij D’Ieteren roodgloeiend. In geen tijd lopen 200 bestellingen binnen voor de Mach 1. In de fabriek in Vorst wordt een aparte montagelijn in gereedheid gebracht voor de Mach 1. Gerhard Oettinger zelf staat erop om begin 1965 de eerste productie-exemplaren persoonlijk te keuren. Van het vijftigtal krijgen er initieel slechts 28 zijn goedkeuring. Wat tot dan vooral een Belgisch project was, komt uiteindelijk ook de VW-directie in Wolfsburg ter ore. Daar heeft men zelf plannen om een krachtiger versie van de Kever op de markt te brengen en ziet men liever geen concurrent in de eigen rangen. Er komt dan ook een dwingend verzoek om meteen te stoppen met het Mach 1-project in Vorst. Het gevolg? Tot op vandaag weet men niet exact hoeveel Mach 1 Kevers er geproduceerd zijn, maar het kunnen er niet meer dan 40 tot 50 geweest zijn. Daarvan zijn er nu nog maar drie resterende exemplaren bekend.
Heilige Graal
“Veel van die Mach 1’s zijn gebruikt voor autocross en andere competities, waarbij na verloop van tijd de motor vervangen is”, zegt Frederic Peeters, zelf een verwoed VAG-liefhebber. De Mach 1 is de Heilige Graal voor Kever-kenners, Peeters heeft er zelf een zoektocht van 10 jaar op zitten vooraleer hij zijn exemplaar met productiedatum 15/01/1965 te pakken kreeg. “En ik heb hem dan nog in dozen gekocht: een restauratieproject dat maar niet van de grond kwam. Wanneer je bij de zoektocht een zwart interieur in een Kever van 1965 ziet, weet je dat je op goede weg kan zijn. Andere Kevers van dat jaar hadden geen zwart interieur. Onder de mat is op het onderstel in witte stift ‘SP’ aangebracht, en ook onder de bekleding aan de handrem vind je een merkteken. Maar dat zijn de enige aanwijzingen dat je met een Mach 1 te maken hebt, ze hebben geen aparte chassisnummers.”
Peeters’ exemplaar beschikt nog over de originele motor en heeft intussen een kleine 70.000 kilometer op de teller staan. Hij heeft wel schijfremmen geplaatst en een lekkere inox uitlaat gemonteerd die de Mach 1 een heerlijke ronk schenkt.
Nijdig
Het is onwaarschijnlijk hoe een al bij al beperkt aantal aanpassingen deze Kever Mach 1 hebben getransformeerd. Het verschil voel je veel harder achter het stuur aan, dan dat ze op papier tot hun recht komen. Hij klimt ontzettend vlot door de toerenteller, en het is met een licht bezorgde blik dat ik aan Frederic vraag hoeveel toeren het boxertje wel mag hebben. Want deze motor maakt snel duidelijk dat hij graag meer wil, maar de toerenteller maakt niet duidelijk tot waar je veilig kan gaan. Volgens de documentatie van destijds bereikt hij bij 5.200 opm in vierde versnelling 152 km/u. We houden het bij iets boven 4.500 opm maximaal, maar dan nog laat deze Kever je versteld staan van de snelheid die hij moeiteloos uit zijn mouw schudt.
De Mach 1 stuurt erg licht. Hij staat iets breder, wat hem veel grip geeft en waardoor je de Mach 1 vol vertrouwen door de bocht kan jagen. Dankzij de remschijven vertraagt hij meer dan behoorlijk, maar dat voelt in deze geenszins als een overdreven luxe aan. De Mach 1 heeft heel wat in zijn mars. Dankzij de inox uitlaat knettert de motor sympathiek in het interieur. Frederic vertelt dat met andere spruitstukken je wel 100 pk aan deze motor zou kunnen onttrekken. Stel je voor.
De Mach 1 was in vele opzichten een voorloper van de sportieve politiek van Volkswagen. Het Belgische publiek maakte duidelijk dat het wel te vinden was voor een snelle Kever. In die zin kunnen we alleen maar wat tricolore fierheid tonen over dit initiatief van D’Ieteren.