- Op 8 maart 2025 vierde de Volkswagen Transporter 75 jaar onafgebroken productie.
- Daarmee is de Transporter het langstlopende model in de Volkswagen-geschiedenis.
- Van de T1 tot de nieuwe T7, de ‘Bulli’ heeft de krijtlijnen van het genre altijd verlegd.
- De 7de generatie innoveert met elektrische aandrijflijnen en plug-inhybridetechnologie.
- In juni organiseert Volkswagen een paradetocht ter ere van 75 jaar Transporter.
De Transporter is het langstlopende model van Volkswagen. Al 75 jaar wordt de Bulli succesvol ingezet voor de meest uiteenlopende taken, van Antarctica tot Zuid-Afrika. Dat de multitool uit Hannover niet van plan is om met pensioen te gaan, bewijst de zevende en nieuwste generatie met zijn veelvoud aan varianten en geëlektrificeerde aandrijflijnen. Toch is 2025 ook een ideaal moment om terug te blikken op de atypische ontstaansgeschiedenis van de Transporter, de zes voorafgaande generaties en de belangrijkste innovaties uit 75 jaar modelgeschiedenis.
De Transporter heeft zijn ontstaan te danken aan een Brits-Hollands-Duitse coproductie. Om de Volkswagen-fabriek in Wolfsburg terug op te starten na WO II, moest majoor Ivan Hirst eerst de interne transportproblemen oplossen. Dat deed hij door op een bestaand chassis een grote laadvloer en een eenvoudige bestuurderspost te laten zetten. De Plattenwagen was geboren. In 1947 ging Ben Pon Sr. in Wolfsburg op prospectie om te zien of hij de Kever in Nederland kon verdelen. Toen hij de Plattenwagen in actie zag, kwam hij op een idee dat het concept van de Bulli met een paar pennentrekken op een papiertje zou definiëren. De Britten hadden er geen oren naar maar Heinrich Nordhoff, als nieuwe directeur-generaal van de Volkswagen-fabriek, gelukkig wel. Het vervolg, zoals men pleegt te zeggen, is 75 jaar Transporter-geschiedenis.
T1 (1950-1967): het oermodel
Nog voor de T1 zijn debuut maakte op de IAA van 1950, werd hij eind 1949 aan de pers voorgesteld. Er werden vier preproductiemodellen getoond: een combi, een busje en twee bestelwagens om de veelzijdigheid van de Transporter te accentueren. Nordhoff benadrukte dat het ontwerp de binnenruimte prioriteerde, zowel voor goederentransport als personenvervoer. Door de bestuurder ver naar voor te plaatsen werd het gewicht van de boxermotor achteraan uitgebalanceerd. Door de mechaniek zo eenvoudig mogelijk te maken kon zowat iedereen aan de Bulli sleutelen. De officiële bijnaam was overigens een samentrekking van Bus en Lieferwagen, maar er waren er nog veel meer. Spijlbus verwees naar de gescheiden voorruit van de T1, Sambabus naar de opgehoogde versie met zijn 23 kenmerkende raampjes. In 1956 verhuisde de productie van het oermodel naar Hannover, waar de eerste generatie nog tot 1967 gebouwd werd. In totaal liepen er ongeveer 1,9 miljoen exemplaren van de band.

T2 (1967-1979): polyvalent talent
De T2 vormde op alle vlakken een grote stap vooruit. Er was meer ruimte vanbinnen, veel meer licht, een lagere instap, een betere verluchting en dito verwarming. Dankzij een aangepaste achterophanging reed het nieuwe model ook beter terwijl het vermogen van 34 pk naar 47 pk steeg. Dat maakte de T2 met zijn zijdelingse schuifdeur erg geschikt om mee te reizen, wat Volkswagen aanzette om de Westfalia Camping Box van de T1 op te waarderen tot een volwaardig Westfalia-model met pop-updak. Parallel met de kampeerversie ontwikkelden de Duitse ingenieurs een verrassing van formaat die in 1972 werd voorgesteld: een volledig elektrische variant met een autonomie tot 80 km. De productie-aantallen van de Elektro-Transporter waren beperkt, in tegenstelling tot de reguliere varianten die tussen 1967 en 1979 2,14 miljoen keer geproduceerd werden in tal van configuraties. In Brazilië liep de productie van de T2 verder tot in 2013.

T3 (1979-1992): een moderne Transporter
Als de sprong van de T1 naar de T2 al groot was, dan was die naar de T3 gigantisch. Weg waren de ronde vormen van de eerste generaties, vervangen door strakke lijnen die het verbrede koetswerk van de derde generatie meer binnenruimte schonken. Daarmee voltrok zich een modernisering die onderhuids geruggesteund werd door tal van updates. Om te beginnen ging de passieve veiligheid er sterk op vooruit, mede dankzij een nieuw chassis dat de rijeigenschappen dichter bij die van een personenwagen bracht. In 1985 ging Volkswagen nog een stap verder met verschillende technische vernieuwingen: de benzinemotoren van de Transporter kregen een katalysator, de dieselmotoren een turbo en de aandrijflijn naar wens een viscokoppeling om de voorwielen bij te schakelen. Volkswagen was al in 1978 begonnen met de ontwikkeling van vierwielaandrijving, maar introduceerde de synchro-badge pas zeven jaar later op de T3. In Europa eindigde de productie in 1992, in Zuid-Afrika liep ze door tot 2005. In totaal werden er 1,4 miljoen T3’s gebouwd.
T4 (1990-2003): technische revolutie
Net als de Kever was de Transporter zijn carrière begonnen met een achtermotor van het boxertype. In 1990 kwam daar finaal verandering in met de T4, die voorin geplaatste lijnmotoren introduceerde. De nieuwe lay-out met voorwielaandrijving leverde niet alleen meer laadruimte en een vlakkere laadvloer op, het rijgedrag van de Transporter werd er ook stabieler door bij volle belading. Door de positiewissel werd het rechte front ingeruild voor een korte neus die het design van de Transporter tot op vandaag definieert. Bij zijn vierde generatie werd de Transporter ook voor het eerst aangeboden met twee wielbasissen, optioneel uitgerust met vierwielaandrijving. In 1995 promoveerde Volkswagen Commercial Vehicles tot een zelfstandig merk, wat de constructeur de vrijheid gaf om modellijnen zoals die van de California-kampeerversie en de Multivan verder uit te bouwen. Tegen 2003 bestonden er negen modelvarianten van de T4 die samen 1,9 miljoen keer geproduceerd werden.

T5 (2003-2015): het zit vanbinnen
Met de T5 puurde Volkswagen de designrichting van de T4 verder uit. De grote vernieuwingen zaten vooral onderhuids en vanbinnen, waar de werkplek van de bestuurder grondig onder handen werd genomen. Het stuurhuis werd instelbaar, de schakelpook verhuisde naar het dashboard voor een makkelijkere bediening. Ook de ergonomie van de familieversies werd verbeterd door de tafel op de tweede zitrij in het midden te positioneren. Op die manier kon de dubbele schuifdeur die op de T4 werd geïntroduceerd maximaal benut worden. De productie van de California-kampeerversie verhuisde in die periode van de hoofdfabriek in Hannover-Stöcken naar een specifieke productiesite in Limmer. Ook het motoraanbod werd uitgebreid: de op de T4 geïntroduceerde TDI-turbodiesel kreeg verschillende uitvoeringen, de VR6 van de vorige generatie werd aangepast. De synchro-vierwielaandrijving werd tot slot gemoderniseerd met een elektronisch gestuurde meerplatenkoppeling en zou voortaan 4MOTION heten. De opgehoogde Rockton-versie was daar een kundig voorbeeld van. Van de T5 werden over een periode van 12 jaar 1,65 miljoen eenheden gebouwd.

T6 en T6.1 (2015-2024): gedigitaliseerd en geconnecteerd
De T6 van 2015 zou de laatste generatie worden om al die talenten op een en dezelfde basis te etaleren maar hij vormde ook de aanzet voor de gediversifieerde Transporter-familie die we vandaag de dag kennen. Naast een nieuwe voor- en achterkant, inclusief de mogelijkheid om voor tweekleurige lak te kiezen, werd de zesde generatie vooral een stuk slimmer. Geavanceerde veiligheidssystemen deden hun intrede, samen met nieuwe TDI- en TSI-motoren voorzien van start-stoptechniek. De geüpdatete T6.1 deed daar in 2019 nog een schepje bovenop met een digitale cockpit en een geconnecteerd infotainmentsysteem voor online functies en diensten. Dankzij elektromechanische stuurbekrachtiging kon de T6.1 ook semi-automatisch rijden én parkeren. Tot slot werd de klassieke automaat ingeruild voor een DSG-automaat met dubbele koppeling die sneller schakelde en het vermogen efficiënter aan de wielen doorgaf.

T7 (sinds 2024): een nieuw tijdperk
Anno 2025 is de Bulli opgesplitst in de Multivan voor luxueus personenvervoer, de Multivan California voor avontuurlijk reizen, de ID. Buzz voor elektrische mobiliteit en de nieuwe T7 als Transporter en Caravelle. De Transporter is verkrijgbaar als bestelwagen met verschillende scheidingswanden en stoelconfiguraties, twee wielbasissen en twee dakhoogtes. De Combi (personenvervoer) en de meer exclusieve Caravelle (shuttle, taxi met grote capaciteit, VW-busje voor gezinnen) zijn eveneens beschikbaar in twee verschillende wielbasislengtes. Uniek in het segment is ook de Pick-up met dubbele cabine, terwijl de PanAmerica-terreinversies van de Transporter en Caravelle al even iconisch zijn. Als kers op de 75ste verjaardagstaart wordt de T7 ook aangeboden als plug-inhybride en als e-Transporter met een batterij van 64 kWh en vermogens van 136 tot 286 pk. Daarmee is de nieuwe Bulli veelzijdiger dan ooit en klaar om de illustere geschiedenis van zijn voorgangers met verve verder te zetten.
