Berlijnse schoonheid
Nog voor de Karmann Ghia liet het Berlijnse koetswerkhuis Rometsch in 1950 al zien dat je op basis van de Volkswagen Kever een sierlijke coupé kon bouwen. Dit is de Rometsch Beeskow Sport Coupé, één van nog slechts zes resterende exemplaren.
Onder ‘Karrosserie Rometsch’ was Friedrich Rometsch in 1924 in Berlijn voor eigen rekening begonnen. Samen met zoon Fritz bouwde hij het bedrijf uit door taxi’s te bouwen op basis van verschillende chassis van Duitse constructeurs. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog zou Karrosserie Rometsch een heel nieuwe wending krijgen, onder invloed van twee spelers: designer Johannes Beeskow en de Volkswagen Kever.
Johannes Beeskow was in 1925 op 14-jarige leeftijd aan de slag gegaan bij Josef Neuss, in de 19de eeuw nog de grootste koetsenfabrikant van Duitsland. Neuss schakelde rond het begin van de 20ste eeuw helemaal over op autocarrosserie. De jonge Beeskow werkte overdag in de carrosserie en liep ‘s avonds school om zich te vervolmaken als designer. In 1949 trok hij in het nog verscheurde en in geallieerde sectoren verdeelde Berlijn naar Rometsch met een op dat moment ongezien vooruitstrevend plan. In de nasleep van de oorlog hebben alleen bedrijfsvoertuigen recht op brandstof. Personenwagens… sorry. Net op dat moment stapt Beeskow naar Rometsch met een voorstel om personenwagens te bouwen… luxueuze en sportieve coupés nog wel. Achteraf bekeken kan je maar twee conclusies trekken: hij had lef, die jonge Beeskow. En hij had visie. Want Beeskow zag dat een nieuwe manier van produceren noodzakelijk zou zijn in de toekomst. Tot voorheen waren auto’s op maat gemaakt voor elke klant, wat iedere auto bijzonder maakte maar tegelijk ook bijzonder duur was. Door ook meer exclusieve modellen in een beperkte reeks te produceren, zag Beeskow een manier om de kosten omlaag te brengen. Bovendien had hij nog een ideetje om zijn project financieel haalbaar te maken. Als mechanische basis wilde hij de Volkswagen Kever gebruiken, waarvan de productie onder Brits bestuur nog in 1945 opnieuw was opgestart in Wolfsburg.
Viktor de Kowa
Beeskow had de plannen voor een coupé en voor een cabrio onder de arm toe hij naar Rometsch stapte. Naar verluidt moest Beeskow weinig moeite doen om Rometsch te overtuigen. Bij het zien van de schetsen van de auto’s ging Rometsch al overstag. Nu, Beeskow en Rometsch zijn op dat moment niet de enigen die plannen hebben met de Kever. Ook andere carrossiers hebben ideetjes, en Karmann lobbyt al rechtstreeks bij Volkswagen om toestemming te krijgen om een sportwagen te mogen produceren op basis van de Kever. Dat zou de beroemde Karmann Ghia worden. En wanneer Rometsch op het autosalon van Berlijn in 1950 de Beeskow Sport Cabrio onthult, laat een ander nieuw merk zijn eerste sportwagen zien op de stand aan de overkant: Porsche met de 356, eveneens op VW-basis.
De beroemde Duitse acteur Viktor de Kowa is op het salon op zoek naar een nieuwe auto, maar deinst terug voor de prijs van de Porsche, destijds 11.600 Duitse Mark. De Rometsch Beeskow kan hem ook wel bekoren, maar wat moet die dan kosten? Nu hadden Rometsch en Beeskow aan alles gedacht, maar nog niet aan een prijs voor hun auto. Hun blikken glijden af naar de voorruit van de Porsche 356 op de andere stand. ‘Wat had u gedacht van 9.900 mark, meneer de Kowa?’ Het zou later een vergissing blijken, maar op dat moment overheerst de feeststemming: Rometsch heeft zijn eerste klant beet voor de Beeskow, en dat is meteen een bekende kop ook. Victor de Kowa zou niet de laatste beroemde klant zijn. Ook de Hollywood-filmlegendes Gregory Peck en Audrey Hepburn zouden later overstag gaan voor een Rometsch Beeskow.
Banaan
Het is vooral als cabrio dat de Rometsch Beeskow er enige populariteit op nahoudt. Tussen 1950 en 1957 produceerde Rometsch 175 Beeskows: 140 cabrio’s en 35 coupés. In Berlijn noemen ze de Beeskow liefdevol ‘de banaan’. In 1954 krijgt de Beeskow op het autosalon van Genève nog de designprijs uitgereikt. De Beeskow Sport Coupé zal later nog verschillende andere designers inspiratie geven. Zo kregen andere modellen ook dat scherpe boogje boven de voorwielen, een streepje eyeliner als het ware. En Freeman Thomas zal hier de mosterd halen voor zijn design van het dak van de eerste generatie Audi TT Coupé uit 1998.
De visie van Beeskow lijkt te werken voor Rometsch, maar er is een keerzijde. Op papier lijkt Rometsch een goede zaak te doen aan de Beeskow, die twee keer zoveel kost als de Kever die je onderhuids vindt. Maar eigenlijk maakt Rometsch 1.500 tot 2.000 mark verlies per auto. Het aluminium koetswerk wordt volledig met de hand vervaardigd en vereist veel werkuren. Ook het onderstel is gewijzigd. Rometsch maakt het Kever-chassis goed 20 centimeter langer, waardoor de Beeskow 4,4 meter meet in de lengte. Hierdoor kan hij flink wat bagageruimte voorleggen, en er is plaats voor drie inzittenden. De carrosserie-afdeling heeft op dat moment echter werk zat, waardoor het verlies weggelachen wordt. Rometsch produceert op dezelfde technische basis ook een vierdeurs Kever, die als taxi wordt ingezet in Berlijn. Dit is eveneens een project van Johannes Beeskow, waarvan er tussen 1951 en 1953 een dertigtal gebouwd zijn.
De Muur
Beeskow zelf neemt in 1956 een nieuwe job aan… bij Karmann. Hij wordt er verantwoordelijke voor de productie van de Ghia coupé, en hij zal later zelf het ontwerp van de Karmann Ghia cabrio pennen. Een Karmann die een heel stuk goedkoper is dan de Rometsch. Rometsch reageert nog door in 1957 een goedkopere opvolger van de Beeskow te presenteren: de Lawrence. Die bleef zweren bij een Kever-onderstel, maar was iets goedkoper in productie en dus ook in prijs. Tot 1961 zou Rometsch 200 exemplaren van de Lawrence maken.
In 1961 zou blijken dat Rometsch zich letterlijk aan de verkeerde kant van de geschiedenis zou bevinden. Dat jaar wordt het in sectoren (onder Frans, Amerikaans, Brits en Russisch bestuur) verdeelde Berlijn letterlijk doorgeknipt door de bouw van de Muur. Met de Muur wil het sovjet-regime vooral verhinderen dat inwoners uit Oost-Berlijn vluchten naar het ‘vrije’ West-Berlijn. Pijnlijk gevolg van de bouw van de Muur: de Rometsch-carrosserie bevindt zich in Berlin-Halensee, in Oost-Berlijn… het merendeel van de werknemers woont aan de andere kant van de Muur in West-Berlijn. Allemaal heel gespecialiseerde werknemers, die maar moeilijk te vervangen zijn. Onder het nieuwe politieke beleid was er bovendien geen sprake meer van om luxueuze coupés en cabrio’s op Kever-basis te maken. Rometsch moest zich noodgedwongen terugplooien op louter herstelwerk in de carrosserie. Rometsch zou het als carrosseriebedrijf nog trekken tot 2000.
In dozen
Wat ons bij deze Romesch Beeskow Sport Coupé brengt. Van de 35 geproduceerde coupés werd tot nu toe aangenomen dat er nog slechts vijf exemplaren bestonden… dit is nummer zes. Hij draagt chassisnummer 107, geboortejaar 1954. Het was de Amerikaanse verzamelaar Scott Bosés die hem op het spoor kwam in Zweden. Bosés heeft een voorliefde voor luchtgekoelde Volkswagens, en vooral: hij is nog van het soort dat vindt dat auto’s moeten rijden. Zijn hashtag op het net is dan ook ‘don’t restore to store ‘m. Get out and drive’, ofwel: ‘je moet ze niet laten opknappen om ze dan in een garage weg te stoppen. Rijden met die handel’.
Bosés: “De auto komt uit Zweden. Hij is daar eerst aangekocht door een kledingfabrikant. Die heeft hem na vijf jaar verkocht aan een mechanicus, die de auto in 1968 opnieuw verkocht maar in een bedenkelijke staat. Een man uit Malmö kocht de auto met het plan om hem helemaal te restaureren. In de jaren ’70 is het koetswerk herspoten en in de jaren ’80 heeft hij de auto helemaal uiteen gehaald en alles in dozen gestopt.”
Dat was ook de staat waarin de Nederlandse Volkswagen-restaurateur Nico Kennis de auto kreeg nadat Scott hem op het spoor was gekomen. “Een enorme puzzel, en geen handleiding”, lacht Kennis… nu. In 2017 was het koetswerk klaar en kon de assemblage beginnen. Bijna alles is nog origineel aan deze Beeskow Sport Coupé, tot aan de Blaupunkt radio en de oorspronkelijke Zweedse nummerplaat toe. De auto straalt en de eigenaar ook.
Concours
“Eigenlijk zijn alleen de vloermatten en de dakhemel echt vernieuwd. Die vielen niet meer te redden. We hebben ook de motor gewisseld”, legt Scott Bosés uit. “De motor die ik meekreeg was een Kever-blok uit de jaren ’60. Nu steekt er een correcte motor in, maar daar komt nog een Judson supercharger bij. Die brengt een kwart meer vermogen.” Het moet gezegd: met slechts 25 pk uit de standaardmotor moet je de ambities temperen, al maakt zijn schoonheid veel goed. Bosés liet in deze Rometsch Beeskow Sport Coupé zien op het prestigieuze concours d’élégance op Amelia Island (Florida, USA) in 2019, in een categorie die was voorbehouden aan bijzondere Kever-varianten. Hij won er de klasse voor ‘bijzondere VW-koetswerken’. Op deze Berlijnse schoonheid hebben de jaren duidelijk geen vat.