De 24 Uur van Francorchamps, gecreëerd in 1924, was heus niet altijd de grote afspraak zoals we die vandaag kennen. Na een onderbreking van negen jaar door de Tweede Wereldoorlog wordt de race opnieuw gelanceerd in 1948, maar het succes blijft lang uit. Het moet gezegd dat de race op de kalender ontbreekt van 1950 tot en met 1952 en dat de editie van 1953 niet aan de verwachting voldoet. Er wordt zelfs even gedacht dat de Ferrari van Farina en Hawtorn de laatste laureaat is van een uithoudingsrace die lang beschouwd werd als de revanche voor de 24 Uur van Le Mans.
Onder impuls van rijder en journalist Paul Frère, wil de Royal Automobile Club de Belgique (RACB) de 24 Uur van Francorchamps nieuw leven inblazen. Ze kiezen ervoor om de race voor te behouden aan toerismewagens, die veel dichter bij het publiek staan. Het feit dat enkel dat type auto’s wordt geaccepteerd, geeft het evenement een uitzonderlijk karakter dat het onderscheidt van de 24 Uur van Le Mans.
Voor de eerste editie van de ‘nieuwe’ 24 Uur in 1964 zijn Paul Frère en de RACB erin geslaagd om de tenoren te overtuigen: verschillende merken staan op de deelnemerslijst, ofwel met het officiële team, ofwel via formaties die een sterke band hebben met het moederhuis. Niet minder dan 55 bolides nemen de start, met namen als BMC, Alfa Romeo, Ford, Glas (een Duitse constructeur die later wordt opgekocht door BMW), Mercedes, Lancia, Citroën, Volvo, Alpine, Opel, NSU, Peugeot, DKW, Morris (met de Mini) en… Volkswagen!
Via het bedrijf D’Ieteren, invoerder van het Duitse merk in België, worden niet minder dan vier Volkswagen 1500S (ook wel Type 3 of Notchback genoemd) ingeschreven in de categorie 1300-1500 cc. Aan de knoppen zitten rijders met veel ervaring, hetzij op circuit, hetzij op rallywegen.
#313 : Guy Sanders – Paul Nokin
#314 : Wim de Jonghe – Edmond (alias Eddie) Meert
#315 : Ben Pon – Christian de Moffarts
#316 : Jacques Thenaers – Jean-Pierre Gaban
In werkelijkheid worden vijf wagens klaargestoomd in het atelier van D’Ieteren Luik, op de beroemde Boulevard de la Constitution: vier bestemd voor de wedstrijd en een reserve-exemplaar voor de trainingen. De 1500S leunen relatief dicht aan bij het seriemodel, maar hebben de nodige aanpassingen ondergaan om het volledige potentieel te kunnen benutten tijdens een langeafstandsrace: de bumper is weggehaald (om gewicht te winnen), de rijder neemt plaats in een nieuwe kuipstoel, terwijl een zetel uit een… 2pk het initiële model voor de passagier vervangt.
De mecaniciens hebben trouwens links achteraan een lichtplaat gemonteerd, de achterbank is vervangen door een elektrische benzinepomp, opengewerkte Porsche-velgen vervangen de VW-exemplaren van het seriemodel, de elektrische aansluitingen worden gelast, een gestroomlijnde en snelle vuldop wordt vooraan geplaatst en een licht op het dak is voorzien om de wagens ’s nachts te kunnen herkennen. Voor dezelfde reden zijn de vier motorkappen in een verschillend kleur, met ‘Birch Tree’ als basis, zeg maar een licht limoengroen.
De mechaniek wordt met de grootste zorg behandeld. In plaats van de 55 paarden van het seriemodel, krijgen de vier 1500S een vermogen van 75 pk mee. Daarvoor worden alle mobiele onderdelen van de motor lichter gemaakt en uitgebalanceerd, de Solex-carburatoren tot in het kleinste detail afgesteld en wordt er een specifieke uitlaatpijp geïnstalleerd. En aangezien het toerental van de motor tot slot veel hoger ligt dan bij het seriemodel, moeten er schakelknoppen uit wolfraam geproduceerd worden bij FN Herstal.
De tankdop leent het team van de Kever, aangezien de grotere diameter ervan een snellere brandstofstroom toelaat. De benzinebevoorradingen vinden om de negen ronden plaats (in plaats van negentien) om minder tijd te verliezen tijdens de tankstop en een evenwicht te behouden met de gemiddelde snelheid van de vier Volkswagens. De bedoeling is immers om de Beker van de Koning te winnen, die wordt uitgedeeld in functie van de al dan niet homogene prestaties van de auto’s van hetzelfde team.
Nog een belangrijke bijzonderheid: de motorafdekkap achteraan wordt vervangen door… een plaat uit plexiglas, verzegeld door een deurwaarder. Een interventie aan de motor is dus onmogelijk en alleen de olie kan bijgevuld worden met een spuit. Het doel van de operatie: de betrouwbaarheid van de Volkswagen 1500S aantonen!

De rijders krijgen de instructie om rondetijden van ongeveer 6’23” te draaien, al worden de snelste ronden op het circuit van veertien kilometer neergezet in 6’12”. De vier Volkswagen 1500S blijven intact en zien de zwart-witgeblokte vlag zonder ook maar één mechanische interventie. De snelste wagen behaalt een gemiddelde snelheid van 133 km/u.
Jammer genoeg moeten drie wagens het einde bereiken om kans te maken op de Beker van de Koning. De derde en vierde Volkswagen worden niet geklasseerd omdat ze geen 85 procent bereiken van de afstand afgelegd door de winnaar in de categorie. Negen seconden extra en de derde 1500S had een nieuwe ronde kunnen afwerken, goed voor een plaats in het eindklassement. Het reglement is genadeloos, maar het reglement… is het reglement!
Jacques Vandersijpen kan zich die editie nog voor de geest halen: “Ik begon bij D’Ieteren als leerling en hield me bezig met de Studebaker. Daarna stond ik aan het hoofd van een team van motoristen in de afdeling van D’Ieteren op de Bergensesteenweg in Brussel”, herinnert hij zich. “Tijdens de 24 Uur van 1964 vertrok ik in Brussel met mijn Kever 1953 om op zondagochtend omstreeks 10 uur aan te komen op het circuit. Er bestond destijds geen snelweg, maar ik kon daardoor genieten van een prachtige zomerse ochtend. Ik parkeerde me in de wei tegenover de pitgarages, waarna ik die van Volkswagen opzocht. Ik herinner me de uitstekende sfeer bij het team van D’Ieteren Luik, dat aan de basis stond van het project. Ik was getuige van enkele pitstops en heb uiteraard ook de motorkappen in de verschillende kleuren opgemerkt: lichtgroen als oorspronkelijk kleur, zwart, rood en groen. Volgens mij waren Jean-Pierre Gaban en Ben Pon de snelsten, maar vooral het enorme succes is me bijgebleven. Die wagens stonden dicht bij het publiek. En met het Volkswagen-dorp werd er ook aan marketing gedacht. De toeschouwers konden een Volkswagen-postkaart maken, een boodschap schrijven aan hun vrienden en die kaart in een daarvoor bedoelde brievenbus steken… Als kers op de taart was het D’Ieteren die de brief verzond!”
In totaal worden slechts 24 wagens (op 55 inschrijvingen) geklasseerd. De 24 Uur van Francorchamps in hun nieuwe vorm heeft de uitdaging volbracht: zoals gehoopt door Paul Frère en de RACB is de race een weergaloze en veeleisende testbank!
Het verhaal had daar kunnen stoppen. Maar… drie dagen na de dubbele race rond de klok tekenen de vier wagens present op het circuit van Zolder. In de aanwezigheid van Paul Frère en de verantwoordelijken van D’Ieteren Luik worden journalist-testrijders uitgenodigd met de volgende, duidelijke instructie: “Heren, deze wagens hebben net onafgebroken 3200 kilometer afgelegd aan 133 km/u gemiddeld. Ze zijn voor jullie. Neem gerust het stuur!”
Oorspronkelijk willen de verantwoordelijken van D’Ieteren – vol vertrouwen over de betrouwbaarheid van hun 1500S – de journalisten een nieuwe sessie van 24 uur op het circuit van Francorchamps aanbieden, maar dat is door de aanwezigheid van toeschouwers niet mogelijk. En dus valt het oog op een dag op het circuit van Zolder.
En nog is het niet afgelopen! Eind oktober 1964 verlaat een van de vier VW 1500S, geladen met drank, sandwiches en buitenlands geld de Maliestraat in Brussel voor een buitengewoon avontuur: 6000 kilometer afleggen in 60 uur, zonder te stoppen. Brussel – Parijs – Bologne – Napels – Rome – Bonn – Wolfsburg (waar de hoofdzetel van Volkswagen is gevestigd) – Lübeck – La Haye – Brussel. De reis wordt afgewerkt zonder het minste technische probleem. Een passend antwoord op de slogan destijds: “Met Volkswagen, geen problemen”. Quod erat demonstrandum!
Die eerste officiële deelname van Volkswagen in een Belgische race zou het begin zijn van een mooie reeks! In 1965 lanceert D’Ieteren de Kever Mach One, een sportief model (beschikbaar in het rood of het groen) met een sportieve motor die het beroemde Oettinger-label draagt. In november van hetzelfde jaar wordt de Club Automobile Vé opgericht en in 2024 bestaat die nog altijd onder de naam Belgian VW Club.
Foto’s: Archief D’Ieteren, archief L. Avanzini en archief Jacques Breuer, die amper 16 jaar oud was in 1964 en foto’s nam terwijl hij tegelijk de formulieren met resultaten uitdeelde aan de journalisten. De oorsprong van een passie die hij nooit heeft opgegeven. Bedankt voor deze kostbare documenten.